Home

 

Informatie

 

Mijn foto's

 

Nieuws

 

Tutorials

 

Fotograferen

 

'BokeH'

 

Links

 

Contact

 

Woordenboek


FOTOGRAFIE WOORDENBOEK A-I

8-bits - feitelijk de standaard voor 'de natuurlijke kleur'; 8-bits per kanaal (24-bitskleur) geeft genoeg tinten om de uitvoer bijna niet van origineel te onderscheiden, tenminste wat kleurverloop betreft. 8-bits met betrekking tot grijswaarden geeft een zeer vloeiende grijsafbeelding.

16-bits - 16-bits per kanaal geeft een groot aantal verschillende kleurtinten. Het is het kwadraat van 8-bitskleur.

16,6 miljoen kleuren - Maximum aantal verschillende kleurtinten dat een systeem met 8-bits per kanaal kan weergeven.

24-bits - Het aantal bits dat tegelijk door een programma wordt gebruikt. Een 24-bits scanner gebruikt per pixel 24-bits om de kleur vast te leggen, 8-bits per kanaal. Dit levert een kleurdiepte op van 224 of meer dan 16,6 miljoen verschillende kleuren.

256 kleuren - Het maximum aantal kleuren dat meestal in een webafbeelding wordt gebruikt. Als de afbeelding meer kleuren bevat (en de afbeelding continue tonen bevat, dus 24-bits is), duurt het downloaden veel langer. Meer kleuren is dus niet praktisch.

2D - Tweedimensionaal. Een 2D-afbeelding heeft alleen lengte en breedte.

3D - Driedimensionaal. Ruimtelijke objecten hebben lengte, breedte en diepte.

A/D Conversie - Analoog/Digitaal Conversie. Omdat een CCD of CMOS sensor een analoog apparaat is, wordt pas daarna via de A/D converter een omzetting naar digitaal gedaan. Het aantal bits van de A/D conversie bepaalt in hoeveel stappen die omzetting wordt uitgevoerd, en bepaalt daarmee dus de uiteindelijke kleurdiepte van de foto.

Acrobat Reader (Adobe) - Een programma waarmee je bestanden kunt bekijken in het PDF-formaat. PDF staat voor Portable Document Format.

Acceleratiekaart - Een op de computer aangesloten kaart die de verwerkingssnelheid vergroot. Sommige acceleratiekaarten ondersteunen ook monitoren.

Additieve Primaire Kleuren - Het combineren van twee of meer kleuren om zo een derde kleur te simuleren. Om additieve kleurmenging effectief te gebruiken zijn drie kleuren nodig: rood (R), groen (G) en blauw (B). Over elkaar heen gelegd geven ze wit. RGB wordt gebruikt om elke andere kleur samen te stellen voor weergave op beeldschermen en foto's.

Alfakanaal - Een versie van een beeld in grijswaarden dat in combinatie met de RGB- of CYMK-kanalen kan worden gebruikt. Het bevat maskers en kan worden gemanipuleerd om effecten te creëren.

Aliassing - De hoekige, gekartelde randen in de weergave van afbeeldingen met een lage resolutie, veroorzaakt door de vierkante vorm van pixels.

Anti-aliassing - Het bijwerken van de gekartelde randen in een bitmap-afbeelding. Dit wordt bereikt door de contrastverschillen tussen pixels langs scherpe randen en de pixels er direct naast te verminderen.

Archief - Opslag over een lange periode van computerbestanden, zoals afbeeldingen. Dit vereist een opslagmedium dat ook op lange termijn stabiel blijft, zoals een harde schijf, cd-rom, DVD, enzovoort.

ASCII-code - Afkorting van American Standars Code for Information Interchange. Deze code bevat 255 tekens: naast standaardtekens ook speciale tekens en letters met accenten. Deze worden opgeroepen met de Alt-toets en het numerieke deel van het toetsenbord.

Authoring Software - Een programma voor het maken van presentaties op de computer, met bijvoorbeeld multimedia.

Backup - Een kopie van de originele bestanden, die wordt gemaakt als bescherming tegen verlies of beschadiging.

Beeldbewerkingsprogramma - Software waarmee een gescand of digitaal opgenomen beeld kan worden bewerkt, verbeterd en/of aangepast.

Beeldcompressie - Een digitale procedure waarbij de bestandsgrootte van een beeld kleiner wordt gemaakt door minder belangrijke data te verwijderen. Zie ook Compressie.

Beeldformaat - De vorm waarin een beeld electronisch wordt opgeslagen. Er bestaan vele beeldformaten, elk ontwikkeld door een andere fabrikant en met elk zijn specifieke voordelen, afhankelijk van het type afbeelding en de toepassing van het beeld. Sommige formaten zijn geschikter voor beelden in hoge resolutie, andere voor objectgeoriënteerde beelden. Zie ook BMP, JPEG en TIFF.

Beeldfrequentie - Het aantal keren per seconde dat het beeld op het beeldscherm opnieuw wordt opgebouwd. Bij een lage waarde flikkert het beeld zichtbaar. Dit geldt alleen voor CRT-monitoren, niet meer voor de TFT-monitoren.

Beeldgrootte Aanpassen - Het veranderen van de resolutie of het formaat van het beeld wijzigen. Door de resolutie van een beeld te verlagen gaat er onvermijdelijk beeldinformatie verloren, omdat overbodige pixelwaarden worden weggegooid.

Beeldverhouding - Er zijn lichtgevoelige chips in de meest uiteenlopende vormen. In bepaalde professionele toestellen zitten vierkante CCD’s. De meeste digitale spiegelreflexcamera’s zijn voorzien van een CCD met een verhouding van 3 op 2. Dit is zo omdat een kleinbeeld negatief 24 bij 36 mm meet en ook dat is een verhouding van 3:2. Bij compactcamera’s worden ook wel CCD’s gebruikt met een verhouding van 3:2 maar meer met de 4:3 verhouding. Het probleem is nu dat de meeste papierformaten dan weer 3 bij 2 zijn en er dus een deel van het beeld niet op de afdruk past. De camerafabrikanten proberen dit euvel op te vangen. Je kan bij heel wat toestellen de beeldverhouding zelf instellen. Enkele rijen pixels worden als het ware even op non-actief gezet. De smallere foto’s hebben nu de gewenste verhouding. Enkele grote labo’s leveren nu ook prints van 11 bij 15 cm, je raad het: 4:3. Meer en meer zie je het 16:9 of HDTV formaat opduiken. De werkwijze blijft gelijk. Je kan deze foto’s bijvoorbeeld beeldvullend op je plasma TV vertonen.

Belichting - Het toelaten van licht tot lichtgevoelig materiaal of sensoren om een latent beeld te creëren, bijvoorbeeld door de sluiter te openen of in het donker een onderwerp te belichten met een flitser.

Bestandsformaat - De methode van het schrijven en opslaan van een digitaal beeld. Dit wordt bepaald door de structuur en de organisatie van de gegevens en de specifieke codes die daarbij worden gebruikt. Veelgebruikte formaten bij digitale fotografie zijn onder andere TIFF, RAW, BMP en JPEG. Laatstgenoemde is tevens een compressiemethode.

Belichting - Het toelaten van licht tot lichtgevoelig materiaal of sensoren om een latent beeld te creëren, bijvoorbeeld door de sluiter te openen of in het donker een onderwerp te belichten met een flitser.

Besturingssysteem - Een programma dat zorgt door de communicatie tussen de hardware en de software.

Bijlage - Een bestand dat wordt meegestuurd met een emailbericht en dat wordt geopend in de toepassing waarin het is gemaakt of kan worden geïimporteerd.

Bit - De basiseenheid van binair rekenen. Een bit heeft maar twee mogelijke waarden 1 of 0, die bijvoorbeeld 'aan' of 'uit' kunnen staan.

Bitdiepte - Het aantal bits per pixel, gewoonlijk per kanaal, soms voor alle kanalen samen, dat het aantal kleuren bepaalt dat een pixel kan weergeven (uitgedrukt als 8-bits, 16-bits, 24-bits, enzovoort). Er zijn minimaal 8 bits per kanaal vereist voor beelden van fotografische kwaliteit.

Bitmap - Beeldbestand dat is opgebouwd uit een regelmatig raster van pixels. Hoe meer pixels voor een beeld worden gebruikt, hoe hoger de resolutie. Dit is de normale hoedanigheid van een gescande foto.

BMP - Een bestandsformaat voor uit bitmap bestaande beelden onder Windows-systemen. Het geeft een beeld weer als een regelmatig raster van pixels (BitMaP). Ondersteunt RGB, Geindexeerde kleuren, grijswaarden en bitmaps. Kan tot 24-bits zijn.

Brandpuntafstand - Afstand van het brandpunt (het punt waar evenwijdig invallende lichtstralen samenkomen) tot het dichtsbijzijnde hoofdvlak van een lens.

Buffer - Een ruimte om tijdelijke gegevens op te slaan, gewoonlijk om verschillen in snelheid tussen apparatuur op te heffen. Een bestand kan meestal sneller naar een uitvoerapparaat als een printer worden gezonden dan dit apparaat kan verwerken. Een buffer slaat de data op, zodat het voornaamste programma kan blijven functioneren.

Byte - Een byte bestaat uit 8 bits. Een byte kan één teken bevatten: een letter, cijfer of teken. Het is de basisrekeneenheid van data in computer.

Cache - Een geheugenchip om gegevens tijdelijk in op te slaan. Cache komt de snelheid van een computerbewerking ten goede.

Cachekaart - Een kaart die in de computer kan worden geplaatst om de prestaties te vergroten. De cache bevat bepaalde veelvoorkomende instructies en data op een speciale geheugenkaart die de computer snel kan raadplegen.

CCD - Afkorting van Charge Coupled Device. Een zeer kleine fotocel, extra gevoelig gemaakt door toevoeging van een electrische lading voor de belichting. CCD-chips met een hoge resolutie worden in scanners en digitale camera's gebruikt om het beeld op te nemen. De CCD-chip bevat duizenden -soms miljoenen- kleine, gevoelige sensoren.

CD-R - Afkorting van Compact Disc Recordable of een CD waarop kan worden opgenomen.

CD-ROM - Afkorting van Compact Disc - Read Only Memory. Een CD met geheugen dat alleen kan worden uitgelezen. Dit is een opslagmedium voor digitale bestanden, dat deels gebaseerd is op de standaard voor muziek-CD.

CD-RW - Afkorting van Compact Disc Rewritable. Dit is een CD-ROM waarop meerdere keren gegevens worden geschreven en waarvan de gegevens weer kunnen worden gewist.

CGA - Afkorting van Colour Graphics Adapter. Een videokaart voor PC's die een beeld in kleur en op lage resolutie genereert.

CGM - Afkorting van Computer Graphics Metafile - Bestandsformaat voor zowel bitmap - als objectgeoriënteerde afbeeldingen.

Clip Art - Verzameling afbeeldingen die meestal royaltyvrij kunnen worden gebruikt. Clip Art-afbeeldingen zijn vaak een nuttige basis voor het maken van een digitale afbeelding.

Clipboard (Klembord) - Tijdelijke opslagplaats voor geknipte of gekopieerde items.

Clipfotografie - Foto's opgeslagen op schijf of CD die in een applicatie kunnen worden geladen.

CMS - Afkorting van Colour Management System. Software (en soms hardware) die zorgt voor consistente kleuren tussen verschillende apparaten, zodat de kleurbalans in elke fase van beeldbewerking gelijk blijft.

CMOS - Een opnamesensor die vergelijkbaar is met de CCD, maar volgens een ander principe is opgebouwd.

CYMK - Afkorting van Cyaan Magenta Yellow Key. De eerste drie letters staan voor de primaire kleuren die worden gebruikt bij subtractieve kleurmenging - de manier waarop de meeste gedrukte kleuren min of meer correcte kleuren kunnen overbrengen. Wanneer de drie kleuren in pure vorm over elkaar heen worden gedrukt of gemengd ontstaat zwart. Om diepe schaduwen te kunnen drukken wordt er aan de drie primaire kleuren nog eens een zwarte drukgang toegevoegd.

Codering - Het vertalen of omzetten van gegevens in namen of nummers die de gegevens weergeven.

CompactFlash-kaart - Een van de bekendste soorten losse geheugenkaarten voor digitale camera's. CF-kaarten worden gebruikt door Canon, Fuji en andere leveranciers.

Complementaire kleuren - Paren van kleuren die wit licht produceren als ze additief gemengd worden.

Compressie - Het verminderen van de omvang van een digitaal bestand door de manier te veranderen waarop de gegevens zijn gecodeerd. Er zijn methoden waarbij informatie verloren gaat, zoals bij JPEG-compressie. Bij andere methoden, zoals ZIP, gaat geen informatie verloren.

Continue toonafbeelding - afbeelding met subtiel in elkaar overlopende kleurtonen, zoals een foto die geen kleurblokken gebruikt.

Contrast - Het helderheidsbereik van een beeld, met name het verschil tussen de hoogste en laagste helderheid. Ook kleuren die tegenover elkaar liggen op de kleurschijf, worden contrasterend genoemd.

Copyright - Het eigendomsrecht met betrekking tot origineel werk op het gebied van literatuur, fotografie, muziek en schilderkunst.

CPU - Central Processing Unit (Centrale Verwerkingseenheid), de centrale chip op het moederbord.

Crash - Het plotseling vastlopen van de computer door een fout in het programma of door overbelasting van het interne geheugen.

Cropping - (uitsnijden) Het afbakenen van een deel van het beeld.

Cut-out - Een afbeelding die van de achtergrond is vrijgemaakt. Aanbevolen wordt om afbeeldingen zo te fotograferen dat ze gemakkelijk kunnen worden vrijgemaakt door middel van het vrije selectie-gereedschap. Dit spaart meer tijd omdat u geen maskers hoeft te gebruiken.

Cursor - Symbool waarmee de gebruiker op het scherm selecteert en tekent.

Cyaan - Een blauwgroene kleur.

Database - Een geordenden verzameling informatie die in de computer is opgeslagen; de electronische variant van een kaartensysteem in archiefkasten. Databaseprogramma's behoren tot de belangrijkste toepassingen op de computer.

DDL (Door-de-lens) - Een functie die in de camera is ingebouwd om de correctie belichting te berekenen op basis van de hoeveelheid licht die door de lens valt. In het engels TTL, voor Through-the-lens.

Densiteit - Zwarting of mate van donkerheid of kracht van het beeld. De maximale densiteit geeft aan hoe groot het verschil is tussen wit en zwart dat een scanner nog echt kan detecteren. Bij een te lage maximale densiteit verliest de scanner de mogelijkheid om subtiele verschillen in de diepste schaduwen te zien. Vooral voor filmscanners is dat erg belangrijk,
aangezien films zeer hoge contrasten hebben. Bij vlakbedscanners wordt dit getal meestal niet opgegeven. Alleen bij professionele apparaten wordt het wel genoemd.

Densitometer - Software om de dichtheid (helderheid en zwarting) van kleine delen van een afbeelding, monitor of foto te meten.

Desaturatie
- Het verlagen van de verzadiging van een afbeelding.

Device - Randapparaat van een computer dat data verwerkt, zoals een scanner, printer of een modem.

Dia - Film waarop het beeld zichtbaar wordt door doorvallend licht, meestal in kleur.

Dialoogvenster - Een venster in een programma waar instellingen kunnen worden opgegeven om een bepaalde opdracht uit te voeren.

Diafragma - Een aantal overlappende lamellen waarmee de lensopening wordt vergroot of verkleind.

Digitaal - 1) Een waarde die betaat uit een 1 of een 0 (binaire getallen). Een computer werkt met digitale waarden. 2) Een manier om data weer te geven als een hoeveelheid afzonderlijke eenheden. Een digitaal beeld heeft zeer veel eenheden nodig om voor het oog een realistisch beeld op te leveren; afgebeeld bestaan deze eenheden uit pixels.

Digitaal beeld - Beeld op een computerscherm.

Digitale camera - Gebruikt lichtgevoelige cellen om een afbeelding op te nemen in plaats van film. De resolutie is afhankelijk van het aantal cellen en de kwaliteit van de hoeveelheid die de chip kan verwerken.

Digitale zoom - Een onecht zoomeffect dat in sommige goedkopere digitale camera's wordt toegepast. Informatie op het midden van de CCD wordt dan door middel van interpolatie vergroot.

Digitaliseren - Het omzetten van een analoog (echt) beeld naar een digitale vorm door middel van een scanner, zodat de computer deze kan lezen en bewerken.

Display - Een apparaat dat een digitaal beeld kan tonen, zoals een beeldscherm, het beeld van een LCD-projector of het informatiepaneeltje van een digitale camera.

Dithering - De techniek van het mengen van pixels, waardoor het lijkt alsof er meer kleuren aanwezig zijn dan werkelijk worden gebruikt. Een complex patroon van aangrenzende pixels bestaande uit twee kleuren wekt de illusie van een derde kleur, hoewel dit resulteert in een veel lagere resolutie.

Doezelen - Het vervagen van een rand door de scherpte te verminderen. Vergelijkbaar met anti-alias.

Doordrukken - Digitale beeldbewerkingstechniek die het doordrukken uit de donkere kamer simuleert - het plaatselijk langer belichten van een afdruk.

Doortekening - Helderheid en detaillering vsn (een deel van) een foto of digitaal beeld.

Downloaden - Via het internet een digitaal bestand kopiëren vanaf een andere computer naar de eigen computer.

Dpi - Afkorting van Dots per inch. Dit is een maateenheid voor het bepalen van de resolutie (scherpte) van een beeldscherm of afdrukkwaliteit van een printer. Het geeft het aantal puntjes per inch aan.

Driver - Een stuurprogramma dat zorgt voor de besturing van een hardwarecomponent, bijvoorbeeld een grafische kaart.

Duizenden kleuren - Een 4-bits kleurdiepte die wordt gebruikt om geheugen te sparen wanneer beeldschermen geen goed videogeheugen hebben.

Duotoon - Een afbeelding die uit twee halftonen uit hetzelfde origineel bestaat, elk in een andere kleur afgedrukt. Het kan de eindafbeelding een subtiel effect geven of een speciaal effect, zoals sepia-afbeeldingen, wanneer u een grote hoeveelheid van de tweede kleur toevoegt. Quadtonen gebruiken vier kleuren en tritonen drie.

DVD - Afkorting van Digital Versatile Disc (Versatile verwijst naar het grote aantal verschillende gebruiksmogelijkheden). Een DVD ziet eruit als een gewone CD-ROM, maar de opslagcapaciteit is 7-26 keer groter.

Effect filters - Digitale filters die een effect hebben dat lijkt op dat van een optisch filter, zoals een glamourfilter, een facetlens, enzovoort. Sommige filters creëren een effect dat met analoge filters niet te bereiken is, zoals pixel- en belichtingseffecten.

EPS - Afkorting van Encapsulated PostScript. Dit is een bestandsformaat dat een beeld opslaat in de PostScript-taal, die ontworpen is om pagina's te beschrijven.

Exporteren - Een versie van een bestand opslaan in een formaat dat door een ander programma kan worden gelezen.

Extern geheugen - Geheugen dat als een randapparaat met de computer is verbonden, zoals een harde schijf of een diskette.

Filter - Beelsoftware in een beeldbewerkingsprogramma die bepaalde beeldkwaliteiten van een hele afbeelding of een gedeelte ervan wijzigt. Sommige filters geven hetzelfde effect als de optische filters die bij fotografie tijdens de opname worden gebruikt en waarnaar ze genoemd zijn. Andere creëren effecten die uniek zijn voor electronische beeldbewerking.

Firewire (IEEE1394) - Standaard voor uiterst snelle gegevensoverdracht. Zeer snelle verbinding tussen computer en randapparatuur, gebruikt voor professionele apparaten zoals hoge resolutiescanners, digitale spiegelreflexcamera's, harde schijven. Vanwege de hoge snelheid ook gebruikt voor digitale videocamera's. FireWire is de naam die uitvinder Apple er aan gaf, IEEE1394 is de naam voor de standaard die er van gemaakt is. Sony noemt het weer i.Link.

Fixed focus - Lens met een vaste brandpuntafstand.

Flare - Weerspiegeling van een lichtbron in het lenzensysteem. Komt veel voor bij opnamen met tegenlicht.

FlashPath - Houder voor een SmartMedia-kaart waarmee deze in een standaard diskettestation kan worden uitgelezen.

Formaat - 1)Vorm en afmeting van een foto. 2)De breedte-hoogteverhouding van een beeld. 3)Het soort computerbestand.

Fotomontage - Beeld dat is gemaakt door verschillende opnamen met elkaar te combineren.

Fotocollage - De traditionele, niet-electronische manier van afzonderlijke afbeeldingen te combineren tot een enkel nieuw beeld, doorgaans met behulp van filmmaskers. De electronische technieken die dit procédé nabootsen, zijn selectie, knippen en plakken en verschillende schildergereedschappen om de randen tussen de afzonderlijke beeldelementen te mengen.

Frame - Afzonderlijk beeldje in een film of animatie.

F-waarde - Een getal dat de relatieve diafragmaopening van een cameraobjectief aangeeft.

Gamma - Een schaal voor de hoeveelheid lichte en donkere tonen en contrast die een afbeelding bevat. Gammacurven worden soms gebruikt in de software van je scanner, zodat je de hoeveelheid lichte en donkere tonen en contrast in de invoer kunt aanpassen.

GB (Gigabyte) - Gelijk aan de hoeveelheid van 1024 MB.

Geïndexeerde kleuren - Bestand dat 256 kleuren bevat, geselecteerd als de optimale weergave van het beeld. Het wordt gebruikt om de besturingssystemen Macintosh en Windows zo goed mogelijk te benutten en om het beeld op de monitoren optimaal weer te geven.

GIF - Afkorting van Graphic Interchange Format. Een compressieformaat voor beeldbestanden. Gebruikt een standaardset van 216 kleuren (8-bits), veel gebruikt op internet.

Globale correctie - Kleurcorrectie toegepast op het hele beeld.

Grafische pen - Een pen waarmee, in plaats van een muis, kan worden getekend en geselecteerd in combinatie met een tekentablet.

Grijswaarden - Het aantal duidelijk te onderscheiden stappen tussen zwart en wit dat door een beeldbewerkingsprogramma kan worden vastgelegd of weergegeven. Voor gewone reproductiedoeleinden is een grijswaardeschaal van tenminste 256 stappen vereist.

GUI - Afkorting van Graphic User Interface. Weergave op het beeldscherm met behulp van pictogrammen en andere grafische middelen om het gebruikt van een computer te vergemakkelijken. De interface van Macintosh was een van de redenen van de populariteit van de Apple-computer in de beginjaren.

Halftoon - Wordt gebruikt om grijstonen te maken, bestaat uit een reeks zwarte puntjes die in een patroon worden weergegeven. De grootte van de puntjes en de afstand tussen de puntjes verschillen, zodat verschillende grijstonen worden gesimuleerd.

Hard copy - Afdruk van een computerbestand op papier of film.

Helderheid - 1)De hoeveelheid licht die een onderwerp lijkt uit te stralen of te weerkaatsen. 2)Helderheid van kleur in relatie tot contrast of tot de tint en verzadiging.

Histogram - Het histogram is een belangrijk hulpmiddel om na te gaan of je foto’s correct belicht werden is. Interpreteren van en werken met deze curve vereist wel wat oefening. Toch is het ook voor diegene die pas gestart is met digitaal fotograferen een waardevol instrument om terplekke de belichting van je foto’s te controleren. Een histogram is een staafgrafiek waarop je de helderheidswaarden of helderheidsverdeling van een foto kan aflezen. Deze waarden worden weergegeven op de x-as. Diep zwart komt overeen met 0 en zuiver wit met 255 ( 8-bit). De hoeveelheid pixels van iedere grijstoon lees je af op de y-as. Het histogram toont dus de verdeling van de verschillende grijswaarden van een beeld. Het geeft dus ook aan waar er nog voldoende detail te vinden is. Het histogram van een goed belichte foto zal vrij evenwichtig verdeeld zijn. Je zal informatie terugvinden voor elke waarde op de x-as, meestal met een piek voor de middentonen. Een overbelichte foto herken je onmiddellijk: deze vertoont een naar rechts verschoven curve. De grafiek van onderbelichte foto’s zal naar links verschoven zijn. Als je proefopnamen maakt, kan je het histogram dus gebruiken als alternatief voor een lichtmeter. Leer je het histogram correct te interpreteren, dan kan je ook opnamesituaties de baas die over het algemeen moeilijk te realiseren zijn. Als je vrienden fotografeert op een besneeuwde berghelling zal het histogram van de foto, indien deze goed belicht is, twee piekjes vertonen: rechts deze van de sneeuw en wat meer naar links een piek voor de donkerder tonen van de geportretteerde kameraden.

Hogelichten - Lichte gebieden in een afbeelding.

Hoogte-breedteverhouding - De verhouding tussen de hoogte en de breedte van een beeld, scherm of bladzijde.

HSB - Afkorting van Hue, Saturation en Brightness. Een kleurmodel dat is gebaseerd op tint, verzadiging en helderheid.

HTML - HyperText Markup Language, een taal voor het weergeven van documenten op het World Wide Web.

Imagesetter - Een optisch apparaat met hoge resolutie voor het afdrukken van beelden op film of papier, geschikt voor reproductie van een digitaal bestand.

Importeren - Een bestand dat in een ander programma is gemaakt openen in het huidige programmaformaat.

Inkjet - Afdruksysteem dat is gebaseerd op het gecontroleerd spuiten van uiterst kleine druppeltjes inkt op de ondergrond.

Inkleuren - Een beeld in grijswaarden van kleur voorzien zonder de oorspronkelijke helderheid te veranderen.

Interface - Een verbinding die er voor zorgt dat twee hardwareapparaten kunnen communiceren. Ook gebruikt voor de inrichting van het beeldscherm waarmee de gebruiker kan communiceren met de computer.

Interpolatie - Procedure bij bitmaps dat wordt gebruikt om pixels toe te voegen of te verwijderen bij het groter of kleiner maken van een afbeelding. Wanneer het aantal pixels wordt verhoogd, vult de interpolatie de gaten op door de waarden van de aangrenzende pixels te vergelijken.

Invullen - Het lichter maken van schaduwen die door de hoofdverlichting zijn onstaan, dat kan zowel de zon of een ander beschikbaar licht zijn, als de verlichting in de studio.

ISDN - Afkorting van Integrated Services Digital Network. Een digitale communicatietechnologie met een hoge snelheid voor het verzenden van data. Zie ook ADSL.

ISO - Afkorting van International Standards Organization. De instantie die standaards voor ontwerp, fotografie en publicatie definieert.


(Bron: http://www.get-moor.com en dank aan 'Wakkermans' voor de bewerking)
 
¢ A - I

¢
J - R

¢ S - Z