Home

Informatie

Mijn foto's

Nieuws

Tutorials

Fotograferen

'BokeH'

Links

Contact

Woordenboek



Wat doe ik met een 'stop'?

In de fotografie is het basisbegrip 'stop' het verschil tussen twee opeenvolgende sluitertijden, of tussen twee opeen volgende diafragmawaarden of tussen twee opeenvolgende ISO-waarden.

Sluitertijdstops

Zowel de sluitertijd als het diafragma regelen de hoeveelheid licht die op het filmvlak valt. Met de sluitertijd regel je het al dan niet bevriezen van een beweging. Soms wil je een stilstaande foto en soms wil je beweging op de foto, bijvoorbeeld bij snel water. In het ene geval wil je de afspattende druppels scherp weergeven en gebruik je daarvoor een korte sluitertijd en in een ander geval wil je de woestheid van de stroming weergeven en gebruik je een langere sluitertijd. De sluitertijden reeks wordt op de camera meestal weergegeven met:


... 4s - 2s - 1 - 1/2 - 1/4 - 1/8 - 1/15 - 1/30 - 1/60 - 1/125 - 1/250 - 1/500 - 1/1000 - 1/2000 - 1/4000 - …


Twee opeenvolgende getallen geven steeds een verdubbeling of halvering van de hoeveelheid licht dat op het sensorvlak valt weer. 1/8e seconde is de helft van 1/4e seconde. Het verschil tussen de cijferaanduidingen noemen we stops. Het verschil tussen 1/4 en 1/8 is dus 1 stop en tussen 1/4 en 1/15 is twee stops. Soms (bijvoorbeeld bij automatisch camera's) worden ook andere getallen weergegeven. Dat zijn tussenwaarden, die - soms een halve - meestal 1/3e stop weergeven.

Diafragmastops

Hetzelfde gebeurt met diafragma waarden. Daar zien we een reeks die meestal is opgebouwd als


1.4 - 2 - 2.8 - 4 - 5.6 - 8 - 11 - 16 - 22 - 32…


Ook hier geldt dat twee opeenvolgende getallen een verdubbeling of een halvering van het doorgelaten licht geeft. Diafragma 16 laat maar half zoveel licht door als diafragma 11. Het gaatje is letterlijk de helft kleiner in oppervlakte. Let op! Hoe hoger het getal hoe kleiner de opening en hoe minder licht wordt doorgelaten. Ook hier spreken we steeds van een stop verschil tussen twee opeenvolgende waarden. Ook hier kunnen tussenwaarden worden aangegeven. De meeste standaard objectieven beginnen hun reeks met 1.8 en een andere veel voorkomende waarde is voor zoomobjectieven 3,5.


Scherpte en diepte


Waarom zou je nu ineens de doorgelaten hoeveelheid licht gaan regelen met je diafragma als je dat ook kan met je sluitertijd? Wel, met het diafragma heb je een instrument in handen om de scherptediepte van de foto te beïnvloeden. Met een groot diafragma (een laag getal dus) kun je selectief de scherpte van je foto regelen. Je wilt in zo'n geval bijvoorbeeld alleen de voorgrond scherp in beeld krijgen en de achtergrond vaag laten.
Wil je daarentegen je foto van voor tot achter scherp krijgen, draai dan het diafragma verder dicht, en kies bijvoorbeeld voor 11 of 16. Let wel dat dit verhaal het principe weergeeft. De scherptediepte is ook afhankelijk van de brandpuntafstand van het objectief. Stel je een 28mm (groothoek)objectief in op diafragma 4, dan krijg je een hele andere scherptediepte dan wanneer je een 200 mm (tele)objectief op 4 zet. Hoe meer tele de lens is hoe minder de scherptediepte wordt.

Filmgevoeligheid

Ook in de lichtgevoeligheid (ISO) van de sensor zit steeds een stop verschil. Bij een ISO-instelling van 400 is de sensor 2x gevoeliger voor licht dan bij een instelling van ISO 200.
De ISO schaal verloopt eenvoudigweg als volgt:

… - 50 - 100 - 200 - 400 - 800 - 1600 - 3200 - …


Elke stap naar rechts levert een verdubbeling van de hoeveelheid licht op. Elke stap naar links levert een halvering op van de hoeveelheid licht.

Elke stap is hier dus ook weer gelijk aan één stop en tussenliggende waardes zijn mogelijk. In digitale camera’s kan je op elk gewenst moment de ISO waarde veranderen.

Wat doe ik nu met die 'stops'?


Uiteindelijk is fotograferen niets anders dan bij een bepaalde hoeveelheid licht op basis van een combinatie van sluitertijd, diafragma en ISO-waarde een gewenst beeld op de sensor opvangen en vastleggen.
In die situaties waarin genoeg licht voorradig is om uit de hand te kunnen fotograferen, kun je volstaan met de laagte ISO-waarde en een combinatie van sluitertijd en diafragma.
Wil je snelheid vastleggen, dan kies je een gewenste sluitertijd en op basis van wat je met de belichtingsmeter hebt gemeten een passend diafragma.
Wil je de scherptediepte controleren, dan kies je een gewenst diafragma en op basis van wat je met de belichtingsmeter hebt gemeten een passende sluitertijd.

Bij elke aanpassing die je aan sluitertijd of diafragma doet geldt dat wanneer je de ene met een stop verhoogt en de ander met een stop verlaagd blijft de hoeveelheid licht die je opvangt hetzelfde.

De stop wordt belangrijk op het moment dat er niet meer voldoende licht voorradig is om uit de hand te kunnen fotograferen. Je kunt dan gebruik maken van je kennis over stops:

- Een langere sluitertijd levert meer licht op;
- Een groter diafragma (kleiner getal) levert meer licht op;
- Een hogere ISO levert meer licht op.

Bijvoorbeeld: De situatie ISO 100, f/8, 1/15 in niet haalbaar uit de hand. Je hebt minimaal 1/60 nodig om deze foto te kunnen maken. Wat ga je doen?

ISO                  ISO 100            ISO 200            ISO 400            ISO 800
Diafragma         f/8                    f/8                    f/8                    f/8
Sluitertijd          1/15                 1/30                 1/60                1/125

ISO                  ISO 100            ISO 100            ISO 100            ISO 100
Diafragma         f/8                    f/5.6                 f/4                    f/2.8
Sluitertijd          1/15                 1/30                 1/60                1/125

Bewust overbelichten of onderbelichten


In bovenstaande gaat het er natuurlijk steeds om dat een belichtingscombinatie wordt bereikt die volgens de belichtingsmeter van de camera goed is. Het kan echter zo zijn dat je om bepaalde - bijvoorbeeld creatieve - redenen juist bewust voor overbelichting of onderbelichting kiest.
Dan is het goed om te weten wat je doet. Twee stops onderbelichting en 1 stop overbelichting zijn de grenzen waarbij je in Photoshop nog probleemloos kunt herstellen. Daarbuiten is dit in veel gevallen niet mogelijk en zul je moeten leven met de gekozen instellingen.

 

 

¢ Terug naar fotograferen

¢
Belichten en Scherpstellen

¢ Diafragma

¢ Sluitertijd

¢ Wat doe ik met een 'stop'?

¢ ISO

¢ Het handige Histogram

¢ Witbalans

¢ Witbalans